500 jaar maandagmarkt

Inleiding
Op het moment staat Roosendaal bekend als een moderne winkelstad. De vele winkels en horecagelegenheden in het centrum en de maandagse weekmarkt trekken jaarlijks duizenden bezoekers uit de hele regio. Ooit, zo’n zeshonderd jaar geleden, was Roosendaal echter niet meer dan een boerendorp.
Meer kooplustigen
Roosendaal diende als marktcentrum voor de directe omgeving. Waarschijnlijk werd er al vanaf het vroegste begin van de dertiende eeuw regelmatig in de buurt van de kerk handel gedreven op straat. Graaf Engelbrecht I van Nassau, heer van Breda, die leefde van 1380 tot 1442, verleende Roosendaal het eerste privilege om wekelijks een markt te houden. Een precieze datum valt niet vast te stellen, wel staat vast dat de Roosendaalse weekmarkt al sinds de eerste helft van de vijftiende eeuw bestaat.

De weekmarkt trok niet altijd even veel volk. Tijden van voorspoed werden afgewisseld door tijden van malaise. Op 20 september 1502, dit jaar precies vijfhonderd jaar geleden, werd de marktdag verzet van woensdag naar maandag. Dit gebeurde op verzoek van het plaatselijk bestuur, omdat men dacht dat een grotere aanvoer van koopwaar meer kooplustigen zou trekken.En deze zienswijze bleek juist, want tot op de dag van vandaag vindt de weekmarkt nog altijd op maandag plaats.

Specerijen en warmoes
Zowel ‘ingesetenen’ als ‘uijtlanders’ verkochten hun goederen op de Roosendaalse warenmarkt, gesitueerd op de plaats waar nu de oude Markt is. Men streefde ernaar de kooplui zo logisch en zo overzichtelijk mogelijk over de marktruimte te verdelen teneinde ‘verschooninge’ en ‘ongeleijck’ te voorkomen. Soort bij soort was daarbij de regel.
Uit een ordonnantie uit 1566, waarin werd bepaald hoe de marktkramen opgesteld dienden te worden, krijgen we een indruk van de grootte van de markt en de verhandelde waar. Zo was er een levendige handel in specerijen, warmoes en vruchten. Warmoes was destijds de benaming voor groenten als ajuin (uien), salaat (sla) en peen (wortelen).
Daarnaast kon men op de markt terecht voor etenswaren als pens, kaas en brood, maar ook voor textiel (‘sijdelaeken, trijpen, fluweelen’) en zaken als messen, houtwerk, kousen, schoenen en producten als ‘versche huijden’, ijzer en touw. Voor vis moest men achter de kerk op de Vismarkt zijn. Op het voorste, driehoekige gedeelte van de huidige Raadhuisstraat werd vlas verhandeld. Op het breedste gedeelte van de Markt, tegenwoordig het gedeelte tussen de bibliotheek en het gemeentearchief, verkocht men koren, want de uitstalling van het graan in schoven nam veel ruimte in beslag.

Invoering zaterdagmarkt
Van de vrouwenorganisatie van de Katholieke Arbeidersvereniging kwam in 1952 namens ‘vele huismoeders’ het verzoek om op de zaterdagmiddag een wekelijkse groenten-, bloemen- en fruitmarkt te houden. De Roosendaalse huismoeders, die volgens het raadslid Valkenburg-Hopstaken moesten kunnen toveren om rond te komen, zouden worden gediend met een zaterdagse markt, waar voordeliger zou kunnen worden ingekocht. Het verzoek stuitte op veel weerstand bij de Roosendaalse middenstand en marktkooplui. Men vreesde dat de zaterdagmarkt tot een mislukking was gedoemd. Ook was men overtuigd van de kwalijke invloed op de maandagmarkt: ‘het zou zeer jammer zijn, als deze markt werd afgebroken door er een andere markt bij te gaan organiseren’. De Roosendaalse Vrouwenraad liet het er echter niet bij zitten en bood een petitie met 1118 handtekeningen aan, waarna de gemeenteraad overstag ging.

Bij wijze van experiment
In 1960 staan de kramen al twee jaar opgesteld op de Nieuwe Markt – dan nog in aanbouw. (Foto: G. Baljet)
In september 1958 vond de maandagse markt bij wijze van experiment plaats op de Nieuwe Markt – tot in de jaren vijftig nog ‘de wei van Dekkers’. De markt moest wijken voor de jaarlijkse kermis. Men moest wel even aan de nieuwe sfeer wennen. ‘Dat niet iedereen op de hoogte was waar de kramen zouden worden opgeslagen, bleek wel uit enkele opmerkingen van trouwe bezoekers, die zich verwonderd afvroegen waar ze waren gebleven, toen ze er in de Molenstraat en op de Bloemenmarkt niets van ontdekten.’De verplaatsing blijkt echter ook zijn voordelen te hebben: ‘De brede gangen tussen de kramen boden volop gelegenheid rustig de uitgestalde goederen in ogenschouw te nemen. Het nieuwe marktterrein bood de vele marktbezoekers, die rond 3 uur verrast werden door een fikse regenbui ruim de gelegenheid onder de betonnen luifel van de, helaas nog grotendeels leegstaande, winkels een schuilplaats te vinden, waarna weer rustig doorgewandeld werd na de bui’.

De definitieve verplaatsing
Met het gereedkomen van de Nieuwe Markt gingen steeds meer stemmen op om de weekmarkt definitief te verplaatsen. Het aantal kramen en stands was zo uitgebreid, dat de toevoerwegen zoals het begin van de Raadhuisstraat en het smalle gedeelte Markt tussen de Bloemenmarkt regelmatig geblokkeerd werden door stands en kramen.Bovendien werd als argument ingebracht dat het hele verkeer in de binnenstad door de weekmarkt werd ontwricht. Centrale punten als postkantoor en gemeentesecretarie waren alleen te voet bereikbaar: ‘Per rijwiel is het tijdens de drukke bezoekuren slechts met de grootste moeite mogelijk beide punten te benaderen, per auto of ander motorrijtuig is absoluut uitgesloten’.Met de verplaatsing naar de Nieuwe Markt zou het oude marktplein op maandag als parkeerplaats kunnen worden gebruikt, waardoor ‘ook de vreemdeling tot het centrum kan doordringen’. De middenstanders van de oude markt zagen de verplaatsing van de markt echter met lede ogen aan. Zij vreesden omzetverlies.

Een gok
Ook de marktkooplui reageerden terughoudend op de verplaatsing. Ze vreesden dat verplaatsing nog meer nieuwe kooplui en dus concurrentie zou aantrekken. Bovendien vonden ze de Nieuwe Markt nog niet geschikt: ‘Het is er te koud, te winderig en de sfeer ontbreekt’. Niettemin waren ze ervan overtuigd dat een verplaatsing niet meer lang op zich kon laten wachten. ‘Zij hebben daar geen bezwaar tegen wanneer eenmaal de Nieuwe Markt een volgebouwd plein zal zijn (…)’. Uiteindelijk was het aan de gemeenteraad om te beslissen. Op 4 december 1958 bepaalde de raad na een lang debat dat de weekmarkt met ingang van 15 december 1958 verplaatst werd naar de Nieuwe Markt. Wel gaf de voorzitter van de raad toe dat de verplaatsing ‘een gok’ was en dat men niet zou aarzelen om de beslissing terug te draaien mocht deze verkeerd uitvallen.

Gebruikt materiaal
Literatuur:
Jans. A. ‘De Roosendaalsche Markt in de 16e eeuw’, in: Jaarboek ‘De Ghulden Roos’, 3. – (1942). – p. 56-64.
Gastel, Bert van en Hopstaken, Joss. Roosendaalse middenstand in de etalage: een beeld van de middenstand en middenstanders in Roosendaal en Nispen in de negentiende en twintigste eeuw. – Roosendaal: Gemeentearchief Roosendaal en Nispen, 1995. – 96 p.
Noordegraaf, Leo. Atlas van de Nederlandse Marktsteden. – Utrecht/Antwerpen: Spectrum, Amsterdam: Sijthoff, 1985. – 224 p.

Archief:
Gemeentebestuur Roosendaal en Nispen 1851-1916, inv.nr. 11, Notulen gemeenteraad 13 januari en 25 februari 1888.
Gemeentebestuur Roosendaal en Nispen, 1936-1975, doss.nr. 6451, Instelling zaterdagmarkt 12 maart 1953.
Gemeentebestuur Roosendaal en Nispen, 1936-1975, doss.nr. 6496, Verplaatsing weekmarkt naar de Nieuwe Markt, 4 december 1958.

Krantenartikelen:
‘Sfeer van maandagmarkt nog enigszins onwennig’ (De Stem. – 9 september 1958); ‘Verplaatsing maandagmarkt heeft veel haken en ogen’ (De Stem. – 3 oktober 1958); ‘Ook kooplieden tegen verplaatsing markt’ (Brabants Nieuwsblad, – 14 oktober 1958); ‘Maandagse weekmarkt zal 15 december verhuizen: besluit viel na lang debat’ (De Stem. – 5 december 1958).

Colofon
Samenstelling: Ilse Jansen en Nicole de Boer (gemeentearchief Roosendaal)
Plaats en jaar van uitgave: Roosendaal, september 2002

Copyright 2002. Alle rechten voorbehouden aan de uitgever (Gemeente Roosendaal). Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in welke vorm en op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *