Ik zoek antwoord op een van de veelgestelde vragen
| Afdrukken |
Hieronder staat een overzicht van de meest gestelde vragen over de geschiedenis van Roosendaal. Staat uw vraag voor deze rubriek er niet bij, mailt u dan naar gemeentearchief@roosendaal.nl, wellicht kunnen we uw vraag opnemen. Klik op een van de onderstaande vragen voor een antwoord:
Wat is het oudste archiefstuk van Roosendaal?
Het oudste stuk is een akte uit 1392, afkomstig uit het Armenarchief 1392-1856 (1901), inv.nr. 3, beschreven als: "akte van vestiging ten overstaan van schepenen van Roosendaal door Peter die Kater ten behoeve van Dieric Vos of de toonder des briefs van een erfrente groot een viertel rog per jaar, gaande uit een huis en een stuk land, 22 juli 1392".
Wat betekenen een vrijheid en een heerlijkheid?
Roosendaal en Nispen behoorden tot het hertogdom Brabant. Zoals overal in het Middeleeuwse Europa, was het hertogdom onderverdeeld in allerlei steden, dorpen en heerlijkheden en vrijheden. Een stad had eigen bestuursorganen, een eigen rechtspraak en een eigen wetgeving. Stedelijke status genoten bijvoorbeeld Bergen op Zoom en Breda.
Een of meerdere dorpen vormden een heerlijkheid, een gebied dat onderworpen was aan een bepaalde heer. De inwoners waren verplicht allerlei hand- en spandiensten te verrichten voor de heer en moesten verschillende belastingen en rechten betalen. Een vrijheid was een heerlijkheid met zoveel privileges, dat er sprake was van een semi-stedelijke status. Roosendaal valt al voor 1442 als een vrijheid te beschouwen.
Wanneer is Roosendaal ontstaan?
In het jaar 1266 verzochten gelovigen uit de gehuchten Langdonk, Hulsdonk en Kalsdonk de abt van Tongerlo om een eigen kerk. De wegen naar de kerk van Nispen waren slecht en bovendien onveilig.
Op 5 november 1268 was de nieuwe kapel klaar. De aanvragers van de nieuwe kapel schonken het Godshuis negen bunder wei en bos en beloofden deze gronden op eigen kosten te ontginnen en te omheinen. Arnoud van Gaasbeek, de toenmalige heer van Breda, hechtte op 9 november 1268 zijn goedkeuring aan deze schenking aan de kapel, gelegen "in loco dicto Rosendale", vertaald: "op de plaats die Roosendaal heet". En met deze kapel, de voorloper van de huidige Sint Janskerk, begon de historie van Roosendaal.
Hoe kwam Roosendaal aan zijn naam?
De naam Roosendaal zou volgens sommigen een symbolische betekenis hebben. Het "dal der rozen" zou verwijzen naar de Heilige Maria, aan wie de eerste kapel te Roosendaal in eerste instantie was toegewijd. Pas later werd Sint Jan de Doper de patroonheilige. Maria werd in de Middeleeuwen vaak door bloemen gesymboliseerd. Zo stond de witte lelie voor zuiverheid; de roos was het symbool van volmaaktheid. Anderen verklaren de naam Roosendaal weer als rietdal: risse is een andere naam voor riet.

Heeft Roosendaal ooit stadsrechten gehad?
In de Franse Tijd, tijdens het Koninkrijk Holland, werd Roosendaal in 1809 door koning Lodewijk Napoleon tot stad verheven.
(bron: Ghulden Roos jaarboek nr. 17, 1957, p. 97-105)
Waar komt de naam Tullepetaon vandaan?
Het woord Tullepetaon is afgeleid van het Franse woord voor parelhoen: poule pintade. Dit verbasterde men tot poelepetaat en later werd het door letteromzetting en klankomwisseling tullepetaon. Parelhoenders zijn hoenders met een kleurrijk verenkleed en kunnen behoorlijk krijsen en tekeer gaan, net als de Roosendalers met carnaval.
Hoe ziet de oudste afbeelding van Roosendaal eruit?
Hiernaast de oudste afbeelding van Roosendaal op een kaart van West-Brabant. Roosendaal staat als onderste stad aangegeven. Verder staan ook Bergen op Zoom, Wouw, Nispen, Kruisland en Heerle op de kaart.
Heeft Roosendaal een eigen wapen?
Het wapen van de gemeente Roosendaal bestaat sinds het einde van de vijftiende of het begin van de zestiende eeuw. Het is een zogenaamd "sprekend wapen": de rozen in het wapen verwijzen naar de naam van de gemeente. De kleuren zilver (wit) en keel (rood) verwijzen naar de kleuren van de Heren van Breda en daarmee naar het feit dat Roosendaal van oudsher deel uitmaakte van het Land, later de Baronie van Breda. Door de eeuwen heen is het wapen verschillende keren veranderd. Op 2 juli 1998 werd het wapen bij Koninklijk Besluit vastgelegd: "In zilver drie dubbele rozen van keel; in een hartschild van zilver een leeuw van sabel, gekroond, getongd en genageld van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van tien parels waarop drie parels."
Heeft Roosendaal een eigen vlag?
De vlag van de gemeente Roosendaal is veel minder oud dan het gemeentewapen. Pas in 1958 werd bij raadsbesluit een officiële vlag voor de gemeente Roosendaal en Nispen vastgesteld. Het toenmalige gemeentebestuur vond dat nodig, omdat de gemeente Roosendaal zowel qua omvang als betekenis groeide en een gemeentevlag cachet kon geven aan de stijgende status van Roosendaal.
Wat is het oudste nog bestaande huis in Roosendaal?
De Cleyne Cat aan de Markt 69 is het oudst bestaande huis van Roosendaal. Het pand, een rijksmonument, dateert vermoedelijk uit de zeventiende eeuw. Van 1823 tot 1854 werd er het beroep van gareelmaker (zadelmaker) uitgeoefend, en daarna was er tot 1955 een schoenenmaker gevestigd. Daarna was het pand korte tijd in gebruik als woningtextielwinkel. Tegenwoordig is er een nachtbar in gevestigd.
Wat is de tekst van het 'Roosendaolsch Lieke?
Roosendaolsch Lieke door C.J. Dekkers, 1923

1. Kend'n kloek meej pielekes, tiete, jonge krielekes, sperrewepse, aaiemaaie, Spaonse naaiers, klokkebaaie? Witte gij wat butse zijn? En wad aoremutse zijn? Stikkebezies, figelette, stiekeballe en verkette? Kende lijvet en 'n klak, piestelees en pletse? Waarde vroeger ok n'n brak? Reede gèirre schètse? Lustte gij n'n brok, 'n daol, en hechte boeremikke? & - Dan zijde gij van Roosendaol dan zijde net as ikke.
2. Protte van 'n kommeke? 'Zaoijers' en ''n ommeke' Van 'den dieje', 'uuke', 'zukke'? Zitte wel is op oew ukke? Kende gij n'n meuleneir en n'n ouwen zeêmeleir? D'n 'Brandaarref' en de 'Griebus'? Zèigde dan: "da's nogal wiebus!" Kende gij n'n bommeket? Edde wel is stillekes pottebakkers opgezet in de plek van tillekes? En begrèptet allemaol: 'Kreukels', 'krieke', 'krikke'? & - Dan zijde gij van Roosendaol dan zijde net as ikke.
3 Kende glaoze tillekes? Rölde wel is stillekes? Edde wel is durgedouwe of vor oewen bal ge'ouwe? Witte 't nog van 'n'n voet knuut'? 'van de meet' en 'oovrenuut'? 'Knuusje foepe', 'ouwers', 'durris'? Stongd'op zaod of waorde plurris? Rokte z'aaltij, flipte nooit? Edde schoot gegeeve? Zijde gij wel is gedooit of bleefd'aaltij leeve? Spulde gij aaltij reejaol en zèigde: 'gatverdikke'? & - Dan zijde gij van Roosendaol Dan zijde net as ikke.
4 Kende gij kasterollekes, tollekes en pollekes, juine, hartjes, lange luite, geile goepers, fiepers, puite? Spulde wel is baor of vlaoi? Kende gij wel de Furmaoi Staoltjes, Viesdoonk, Fuizenbaarreg? Zeg mor jao 't is nikske'n aarreg & Witte atter nèven is Wa ge dan mot zèige? Witte wa ne gèive'n is? Kunde kortje lèige? En verstaod'oons eige taol: 'Kweêke', 'kwèike', 'kwikke'? & - Dan zijde gij van Roosendaol Dan zijde net as ikke.